Sneeuwpanter

Hoe zien ze eruit

De hoofdkleur van de vacht
is lichtgrijs of iets naar geel zwemend rookgrijs.
Hij heeft zwarte vlekken op zijn kop,
hals en het onderste gedeelte van zijn poten.
De rug en flanken zijn met
rozetvormige vlekken gesierd.
De vacht is dik en zijdezacht en de ronde kop is relatief klein.
De sneeuwpanter is iets kleiner dan de gewone panter.
Hij heeft een kop-romplengte van 1 - 1.30 meter,
een staartlengte
van 0.80 - 1 meter en een schofthoogte van circa 60 centimeter.
Zijn gewicht kan varriŽren tussen de 25 en 75 kilo.

De leefgebieden.

De sneeuwpanter komt voor in China, Rusland, MongoliŽ,
Nepal, Bhutan en Afghanistan.
De wereldpopulatie wordt geschat op 4000 exemplaren.
De panter wordt ernstig bedreigd in het voortbestaan.
Hij leeft voornamelijk in alpenweiden, boven de boomgrens,
in het rotsachtige landschap van het hooggebergte.

De voortplanting

De voortplantingtijd valt aan het begin van het jaar.
De sneeuwpanter brult niet, zoals andere grote katachtigen,
maar beschikt over een aantal uiteenlopende kreten.
Na een draagtijd van 90 - 103 dagen worden de welpen in een rotsholte geboren.
Bij de geboorte wegen de welpen 450 - 550 gram.
Ze zijn dan 40 centimeter lang en hebben hun ogen nog dicht.
De vacht is wolliger en donkerder, met minder duidelijke vlekken, dan een volwassen dier.
Na een week openen ze hun ogen en na 2 maanden worden ze gespeend.
Na 3 maanden beginnen ze hun moeder te volgen en leren ze te jagen.
Hun eerste winter blijven ze nog bij hun moeder.
Na 2 jaar zijn ze volwassen en volledig zelfstandig.
Een sneeuwpanter kan in gevangenschap een leeftijd bereiken van 20 jaar,
iets wat in het wild waarschijnlijk niet zal lukken.

Wat eten ze.

Overdag jaagt de sneeuwpanter op grote maar ook kleinere dieren zoals bergschapen,geiten,yakkalveren, kleine zoogdieren en vogels.
Hij besluipt zijn prooi en werpt zich er dan op met een enorme sprong (tot 15 meter!).


Terug naar home